Eureka
“Mijn kast puilde uit van de toffe kleren. Mooie pakken. Opvallende maxi-jurken. Matchende sets met prints. Knallende kleuren. Ik was een soort kraai die mooie spullen verzamelde. En toch droeg ik meestal dezelfde items, helemaal nadat ik mijn kantoorbaan verruilde voor het zelfstandigenbestaan met thuiskantoor én hond (lees: nat gras, modder en kou). Elke avond nam ik me voor om morgen dan toch écht weer eens iets anders aan te trekken, iets vernieuwends. Maar dat voornemen strandde vaak in een totale kledingpuinhoop, een rothumeur, tijdverlies én – uiteindelijk toch weer- dezelfde outfit. Ik bedacht me meerdere keren per maand dat dat vast kwam doordat ik geen mohair vestje/groene trui/wollen jurk/vul-aan had. Dan toog ik de stad in om wat nieuws te kopen dat mijn kast zou vervolmaken. Vanaf nu zou alles anders worden.
En de volgende dag? Je raadt het al. Puinhoop, 10.000 net-niet-outfits en uiteindelijk eindigen in een van mijn veilige succesformules.
Dat moest anders.
Maar om nou iemand in te huren om in je éigen kast te winkelen?! Dat je, zeg maar, best veel geld uitgeeft en helemaal níets nieuws krijgt? Daar had mijn sceptische ik toch een beetje moeite mee. Kon ik ook 3 paar schoenen voor kopen.
Tot het Kerst werd en ik vond dat ik mezelf, als ZZP-er zonder kerstpakket, best een Chiara cadeau mocht geven. En zo kwam het dat op een goede dinsdagochtend de bel ging. Na 2 minuten voelde het alsof ze al járen elke dag even langskwam om mij aan te kleden; sommige mensen hebben die gave. Een taartje (oké: twee) en een goed gesprek later was het zover: er zat een Indiaan in mijn kast. We bekeken mijn favoriete outfits en bepaalden waar dat ‘favoriete’ dan in zat. In pasvorm, materialen, kleur, balans, eenheid, uitstraling. Eigenlijk werd verrassend snel duidelijk wat een outfit voor mij ‘lekker’ maakte, al had ik dat zelf nooit zo bekeken.
Ik trok ook dingen aan die ooit favoriet waren, maar stilletjes naar het ‘net niet rek’ waren verplaatst. Of dingen die ik kocht omdat ze anderen zo mooi stonden, maar die ik mezelf op de een of andere manier toch minder mooi vond staan. En die ik toch hield want ‘ik moest vast gewoon even wennen’. Mijn stijlvolle ballerina’s met dat fijne gespje bijvoorbeeld. Of die blouse met dat leuke, kriebelige printje.
Zo werkten we samen mijn hele kast door. Passen, kijken, benoemen, beslissen. Iets meer dan de helft van mijn kleren belandde op de nee-stapel. Ook items die ooit mijn lievelings waren. Ooit geweldig, maar nu niet meer wie ik was. Ik had er nooit zo over nagedacht dat ook je stijl verandert met de jaren; in mijn hoofd was alles dat in mijn kast hing mijn stijl - ik had het toch ooit met plezier gedragen?
Mijn belangrijkste inzicht van de dag? Dat is dat je outfit bestaat uit 4 delen, waarvan het bovenste deel je hoofd is. “En jouw hoofd, daar gebeurt al best heel veel”, was Chiara’s droge conclusie. Verrek. Nooit over nagedacht. Mijn hoofd is, zeg ik liefkozend, vrij groot. Ik heb een ‘actief kapsel’ en mijn haar is geverfd. Ik draag meestal grote oorbellen en maak mijn ogen altijd op. Een vrij aanwezig hoofd dus. “Als er al veel gebeurt aan je hoofd, dan hoeft er meteen daaronder niet óók heel veel te gebeuren, dat wordt al snel druk.”
Nâh! Vandáár dat ik grove prints of effen dingen mooi vind staan, en fijne printjes net niet – terwijl ik ze op de hanger in de winkel wél geweldig vind. En vandaar dat al mijn ‘nette’ schoenen (slanke veterschoenen, ballerina’s, instappers met een dunne zool en bescheiden, rond neusje) ongedragen in de kast blijven staan. Als bovenaan veel gebeurt (en je zoals ik van balans houdt), is het fijn als er onderaan óók wat gebeurt. Grove schoenen. Een puntige neus. Juist wél een drukke print. Precies wat ik wel voelde, maar nooit onder woorden wist te brengen. EUREKA!
Ik leerde inzien dat ‘niet saai’ niet automatisch betekent dat ieder kledingstuk iets opvallends of geks moet hebben. Of dat alles moet matchen om een eenheid te zijn. En dat ‘more is more’ (mijn onbewuste overtuiging) soms ook best ‘less is more’ kan zijn, en tóch tof blijft. En dat het helemaal niet erg is om iets ‘saais’ te dragen, want als je hoofd al een activiteit op zich is, wordt het tóch niet snel saai. En bovenal: who cares? Als ik me maar goed voel.
Het resultaat? Een héérlijk rustige kledingkast waarin alleen nog dingen hangen die ik zo kan pakken en aan kan trekken. Outfits die ‘passen als een jas’ en geen miskopen meer, omdat ik beter inzie wat wel en niet voor mij werkt. Zelfs op een chagrijnige rotdag kijk ik in de spiegel om te concluderen aan mijn outfit ligt het niet.
Het was écht een cadeautje deze dag. Sowieso om een keertje de hele dag ongegeneerd met jezelf bezig te zijn, als je normaal bezig bent met een héleboel dingen tegelijk. De helft van mijn kast belandde op de nee-stapel en kon weg. Op Vinted verdiende ik mijn investering helemaal terug. Dat noem ik nog eens win-win.” - Geertje